De kans is groot dat Sjaoel lid was van het Sanhedrin en als zodanig instemde met de executie van Stefanus. Daarna brak een hevige vervolging uit waardoor de gelovigen verstrooid werden over heel Judea en Samaria, uitgezonderd de apostelen. Die voelden zich kennelijk verplicht om op hun post te blijven.
Paulus gaat er later prat op dat hij aan de voeten van Gamaliël heeft gezeten. Aangezien dat een bijzonder hoogstaand persoon was, moet iemand wel veelbelovend zijn voor hij leerling van zo’n grote meester wordt. Paulus’ openheid t.a.v. de heidenen, zijn allegorische Schriftuitleg, zijn mensvisie en zijn ruimdenkende visie op vrouwen zijn hiermee in overeenstemming.
Maar in 26:5 benadrukt Paulus dat hij als Farizeeër volgens de strengste richting van onze godsdienst heeft geleefd. Dit zou erop kunnen wijzen dat hij zich identificeert met de school van Sjammai in plaats van die van Hillel.
In vs 3 lezen we dat Saulus probeerde de gemeente te vernietigen door mannen en vrouwen met geweld uit hun huizen te sleuren en hen te laten opsluiten in de gevangenis. En dat niet alleen: in 9:1 staat dat hij ze met de dood bedreigt en in 22:4 zegt hij zelf: Ik heb de aanhangers van de Weg tot de dood toe vervolgd. Vanwaar toch deze razernij en dit fanatisme, terwijl zijn leraar Gamaliël er in 5:35-39 op tegen is de apostelen te vervolgen? Dit past meer bij Sadduceeën dan bij Farizeeërs. Kennelijk heeft hij goede connecties met de hogepriester; van hem krijgt hij gedaan dat die hem aanbevelingsbrieven meegeeft voor de synagogen in Damascus, opdat hij de aanhangers van de Weg die hij daar zou aantreffen, mannen zowel als vrouwen, gevangen kon nemen en kon meevoeren naar Jeruzalem (9:2). Dat Paulus zich tot de synagogen richt, zou een aanwijzing kunnen zijn dat de messiaanse gelovigen in Damascus nog deel uitmaken van de synagoge.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten