dinsdag 7 juni 2011

Hun zijn de woorden Gods toevertrouwd (2)

De taal van de Schriften is Joods. Het Nieuwe Testament is geschreven in het Grieks, maar het staat vol met Hebreeuwse uitdrukkingen, die gewoon in het Grieks omschreven zijn en ‘slecht Grieks’ opleveren. De taal is Grieks vanuit een ‘Hebreeuws denken’. Sommige ‘hebraïsmen’ zijn alleen goed uit te leggen door de Joodse hermeneutiek toe te passen.
Een anders aspect waar naar gekeken moet worden, is dat van de inspiratie. 2Timotheüs 3:16 zegt: ‘Elk Schriftwoord is van God ingegeven’.
De conservatieve kijk, zowel in het jodendom als in het christendom, is dat God ieder woord gedicteerd heeft. Maar niemand die vandaag leeft, heeft ooit de originele handschriften (‘autographa’) gezien. We hebben verschillende handschriften en uiteenlopende vertalingen; wie zal de originele tekst bepalen?
Wat we vandaag hebben is een betrouwbaar verslag van ooggetuigen, die vertellen wat God gedaan heeft. De gebeurtenissen zelf zijn door God geïnspireerd, zijn Gods werk. Vervolgens hebben de getuigen, door de Geest gedreven de dingen opgeschreven. Tenslotte heeft de Heilige Geest er zijn goedkeuring aan gegeven, door de Kerk toe te staan deze weergaven te bevestigen als gezaghebbend en betrouwbaar.
De verschillende getuigen vertellen elk hun verhaal vanuit hun eigen gezichtspunt, wat een volkomen normaal menselijk fenomeen is. God gebruikte geen robots of schrijfmachines, maar werkte met mensen; Hij stond die verschillen toe. Dat betekent niet dat het verhaal niet ‘klopt’. In de Westerse of Griekse opvatting bestaat ‘waarheid’ alleen maar uit ‘feiten’, maar die vertellen niet het hele verhaal, maar de Joodse definitie van ‘waarheid’ bevat ook de ‘gevoelens’.

Als Paulus door de Heilige Geest over de Joden schrijft: ‘Hun zijn de woorden Gods toevertrouwd’, wordt het tijd voor de Kerk om de Schriften te gaan zien door de ogen van het Joodse volk.

Geen opmerkingen: