dinsdag 14 juni 2011

Kenmerken van de eerste gemeente

Handelingen 2:42 noemt vier elementen die de structuur van de vroege gemeente bepaalden:
(1) Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen
(2) Ze vormden met elkaar een gemeenschap
(3) Ze braken het brood
(4) Ze wijdden zich aan de gebeden

Een vergelijkbare dagindeling wordt gevonden in de gemeenschap van Qumran en ook in Farizese groepen. Net als dergelijke groepen plaatsten de nieuwe gelovigen zichzelf niet buiten de Joodse gemeenschap; ze namen deel aan de dienst in de Tempel (vs 46) èn ze hielden maaltijd aan huis.

De apostelen ontleenden hun gezag aan het feit dat zij ooggetuigen waren.
De rol van de apostelen is vergelijkbaar met die van de Bijbelse profeten: ze zijn vervuld met de Heilige Geest, ze roepen de mensen op tot bekering en ze verrichten wonderen.
Het woord ‘gemeenschap’, ‘koinonia’, wijst op een gezamenlijke zaak waar men zich voor inzet.
Significant is wat Paulus schrijft in Rom. 12:5: ‘Zo zijn wij, die velen zijn, één lichaam in de Messias’. Dit vertoont opvallende overeenkomst met het zelfverstaan van de Qumran gemeenschap.
‘Breken van het brood’ staat voor het zegenen van het basisvoedsel, aangezien God al wat leeft van voedsel voorziet. Een Joodse maaltijd begint met het ‘breken van het brood’, in het bijzonder op Erev sjabbat, maar ook wel op andere avonden, bij speciale gelegenheden.
Met de gemeenschap van Qumran stemmen zij ook overeen in het gemeenschappelijk hebben van het bezit. Hierdoor hoeft niemand in de gemeenschap armoede te lijden. Mede om deze reden zal het zijn, dat ze in de gunst stonden bij het volk.
Een verschil met de gemeenschap van Qumran is, dat de vroege gemeente niet dezelfde hiërarchische structuur kende en geen rigide exclusivisme, maar juist een grote openheid; uiteindelijk zelfs, na de nodige interne discussie, ten aanzien van gelovigen uit de heidenen.

Geen opmerkingen: