maandag 9 mei 2011

Toelichting en verantwoording bij het onderwerp

Het gaat in dit studieverlof over Het juiste verstaan van de Schrift.
De Bijbel wordt op veel verschillende manieren wordt uitgelegd. Volgens sommige mensen kun je met de Bijbel dan ook werkelijk alle kanten op.
Dat laatste bestrijd ik. Bepaalde uitleggingen kùnnen eenvoudig niet; omdat ze onmogelijk zijn binnen het denkkader en het geloofskader van de Bijbelschrijvers; of omdat ze geen recht doen aan de tijd of de cultuur waarin de gebeurtenissen plaatsvonden.

In de studie theologie waren er twee verschillende vakken die betrekking hebben op de interpretatie van de Bijbeltekst: exegese en hermeneutiek.
Exegese is de wetenschap van de verklaring, uitleg. De exegese onderzoekt wat de schrijver destijds oorspronkelijk heeft bedoeld met de tekst.
Hermeneutiek is een vorm van filosofie. ‘Hermeneuse’ betekent: ‘vertolking’ (naar de Griekse godheid Hermes, de boodschapper van de goden). De hermeneutiek zoekt naar de betekenis van de tekst binnen de verstaanshorizont van de lezer hier en nu, maar zal daarbij recht doen aan de verstaanshorizont van de auteur.

Het bovenstaande zou eigenlijk vanzelfsprekend moeten zijn, maar moet toch gezegd worden. Elke uitlegger loopt het risico om de Bijbel voor z’n eigen karretje te spannen. Het gaat mis, wanneer iemand al een bepaalde theorie of mening heeft en vervolgens op zoek gaat naar een Bijbeltekst die moet bewijzen, dat hij gelijk heeft. Dat is de verkeerde volgorde. Men moet niet beginnen met de toepassing, maar met de tekst voor zichzelf te laten spreken.

Een Hebreeuwse of Griekse tekst uit een Oosterse cultuur van 20 tot 30 eeuwen geleden verstaanbaar maken voor West Europeanen uit de 21e eeuw is niet gemakkelijk en vanzelfsprekend. Wanneer we de Bijbeltekst lezen of horen en we denken dat we het meteen weten, dan luisteren we niet meer, maar laten we de Schrift buikspreken.

Als men bedenkt, dat deze bibliotheek in een proces van vele eeuwen en met medewerking van tientallen auteurs tot stand is gekomen, vertoont ze een opmerkelijke eenheid! De Kerk belijdt dat dit komt door goddelijke inspiratie.

Persoonlijk voel ik mij aangesproken door de ‘hermeneutische sleutel’ van J.H. Bavinck, dat het in de Bijbelse geschriften in al hun verscheidenheid gaat om de Ontmoeting tussen God en mens. Hoe verschillend de Bijbelse geschriften ook zijn, altijd gaat het daarin om de relatie tussen God en mens en tussen mens en medemens. En dat in het concrete geleefde leven met alle verrukking en verschrikking, die horen bij de condition humaine door alle tijden heen.