woensdag 11 mei 2011

De bedoeling van Handelingen

De schrijver wil verhalen hoe het Evangelie na Jezus’ Opstanding en hemelvaart door zijn getuigen verkondigd wordt, van Jeruzalem tot Rome, aan Joden en aan heidenen, overeenkomstig Jezus’ opdracht. Hij wil vertellen hoe de gemeente ontstaat, uit Joden en uit heidenen. Eerst worden mondjesmaat heidenen aan de gemeente toegevoegd: de Ethiopische eunuch, de romeinse centurio Cornelius.
De negatieve reactie van de Joden op het Evangelie aangaande Jezus krijgt veel aandacht; deze dwingt Paulus zich tot de heidenen te wenden, en met succes. In 11:26 wordt vervolgens de historische opmerking gemaakt, dat degenen die in Jezus geloven in Antiochië voor het eerst ‘christenen’ genoemd worden.
De tolerantie t.o.v. de gelovigen uit de heidenen zegeviert onder de Joodse volgelingen van Jezus, maar is niet onbegrensd. De vraag wordt acuut welke regels gelden voor gelovigen uit de heidenen. Op een vergadering in Jeruzalem wordt vastgesteld, dat de gelovigen uit de heidenen zich kunnen beperken tot het naleven van een aantal universele geboden, terwijl de Joodse gelovigen de hele Tora zullen onderhouden. Dit besluit is van centrale betekenis in het boek Handelingen.

Door zowel het eerste als het tweede boek van Lukas kan Theofilus de betrouwbaarheid erkennen van de dingen waarin hij onderricht is (Lk. 1:4). Handelingen is een legitiem vervolg op Lukas’ Evangelie, het is de bevestiging ervan.
De schrijver is niet alleen maar geschiedschrijver, ook verkondigt hij een boodschap, over de Heer die in zijn gemeente werkzaam is; zowel in zijn eerste als in zijn tweede boek is hij prediker van het Evangelie. In Handelingen komt dat vooral naar voren in de toespraken. Lukas laat in Handelingen zien, dat het heilswerk van God doorgaat. Dit wordt onderstreept met vele citaten uit de Hebreeuwse Bijbel (veelal uit de Griekse vertaling daarvan, de Septuaginta). De eerste christenen verwachtten een spoedige doorbraak van het Koninkrijk van God. Als Lukas Handelingen schrijft, geeft hij een beeld van de ‘tussentijd’, tussen Opstanding en Wederkomst: de tijd van de Kerk is ook weer heilstijd.
Lukas wil met zijn boeken christenen opbouwen en onderrichten en niet-christenen werven voor de Boodschap van het Evangelie.

Ook zou het nog heel goed kunnen, dat Lukas wil laten zien dat christenen niet staatsgevaarlijk zijn. De positieve rol van romeinse militairen in zijn werk zal Theofilus aan gesproken hebben. Er is wel gesuggereerd dat Lukas zijn boek geschreven heeft als een verdedigingsrede voor Paulus in zijn rechtszaak; dat zou verklaren waarom het geschrift eindigt met Paulus’ aankomst in Rome.
Lukas benadrukt zowel het eigen bestaansrecht van het nieuwe geloof als de continuïteit met het Jodendom. De door anderen gekozen optie om het Christendom vrij te pleiten door het Jodendom zwart te maken wijst hij af.