... aldus Rabbi Sja’oel, later bekend onder de naam Paulus, in Romeinen 3:2.
Het ligt voor de hand, dat wanneer we kijken naar de manier waarop het Joodse volk in zijn geschiedenis de Schriften uitlegde, dit ons inzicht zal vergroten.
Paulus was een leerling van de grote leraar Gamaliël (Handelingen 22:3), dezelfde die in Handelingen 5:38v het Sanhedrin het advies geeft de apostelen ongemoeid te laten, want: ‘als het mensenwerk is wat ze nastreven, zal het op niets uitlopen, maar als het Gods werk is, zult u niets tegen hen kunnen uitrichten, of het zou weleens kunnen blijken dat u tegen God strijdt.’
Deze Gamaliël was een kleinzoon van de beroemde Hillel (ca. 50 v.Chr. - ca. 10 n.Chr.), grondlegger van een van de beroemdste Joodse leerscholen. Diens uitgangspunt was naastenliefde en tolerantie; hij hanteerde de gulden regel Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet.
Paulus heeft de kennis, die hij bij Gamaliël had opgedaan, nadat hij Jezus heeft aangenomen niet weggeworpen, maar veelvuldig benut in zijn brieven. Hij gaat op dezelfde voor ons moeilijk te volgen wijze om met de Schriften als de Farizeeën. De rabbijnse redeneertrant is op vele plaatsen terug te vinden in zijn brieven.
Hillel codificeerde zeven hoofdregels voor de uitleg van de Tora. De interpretatieregels die gebruikt werden door alle Joodse uitleggers van de Wet en de Profeten, worden ook gehanteerd door de auteurs van het Nieuwe Testament.
dinsdag 7 juni 2011
dinsdag 31 mei 2011
Een eigen identiteit
Waarom hebben Messiasbelijdende Joden behoefte aan een eigen identiteit?
Waarom wordt gestreefd naar een Joodse expressie van het Evangelie? Welke motivaties spelen hierbij een rol?
Een Historische motivatie
Aanvankelijk was de Joodse expressie van het Evangelie toonaangevend. Later werd zij door de heidense meerderheidskerk naar de zijlijn geduwd en zelfs verboden. Hun identiteit is hen ontnomen en die fout willen zij rechtzetten.
Een Sociale motivatie
Het teruggrijpen op de Joodse cultuur is een reactie op de druk tot assimilatie. Dit terugvallen op het sociale en culturele erfgoed is een reflex van een bedreigde minderheid. Deze reflex speelt vooral in de diaspora en is in Israël veel minder nodig.
Een Pedagogische motivatie
De Joodse tradities functioneren net als bij alle Joden als drager van de waarden en normen van het volk. ‘Gij zult het uw kinderen inprenten.’
Een Missionaire motivatie
Het Evangelie wordt in de Joodse context geplaatst als een boodschap voor de volksgenoten. Dergelijke contextualisering komt in de hele zendingswereld voor.
Een Geestelijke motivatie
Alle tot nu toe genoemde motivaties zijn gericht op mensen, maar deze is op God gericht. De Joodse traditie is een instrument om dichter tot God te naderen.
Een Theologische motivatie
Men kiest bewust voor een Joodse levensstijl om de blijvende roeping van het Joodse volk te onderstrepen. Zijn rol is met de komst van Jezus niet uitgespeeld: ze zijn nog steeds geroepen om ‘een licht voor de volken’ te zijn; nu men Hem heeft leren kennen die ‘het Licht der wereld’ is, krijgt dit alleen maar een diepere dimensie.
Een Restauratieve motivatie
Door middel van een Joodse levenswijze wil men de hele Christelijke gemeente er bij bepalen dat zij gedragen wordt door de wortel (Rom. 11). Men ziet voor zichzelf een tweeledige opdracht: Joden helpen te begrijpen dat Jezus hun Messias is en christenen helpen te begrijpen wat hun wortels zijn.
Waarom wordt gestreefd naar een Joodse expressie van het Evangelie? Welke motivaties spelen hierbij een rol?
Een Historische motivatie
Aanvankelijk was de Joodse expressie van het Evangelie toonaangevend. Later werd zij door de heidense meerderheidskerk naar de zijlijn geduwd en zelfs verboden. Hun identiteit is hen ontnomen en die fout willen zij rechtzetten.
Een Sociale motivatie
Het teruggrijpen op de Joodse cultuur is een reactie op de druk tot assimilatie. Dit terugvallen op het sociale en culturele erfgoed is een reflex van een bedreigde minderheid. Deze reflex speelt vooral in de diaspora en is in Israël veel minder nodig.
Een Pedagogische motivatie
De Joodse tradities functioneren net als bij alle Joden als drager van de waarden en normen van het volk. ‘Gij zult het uw kinderen inprenten.’
Een Missionaire motivatie
Het Evangelie wordt in de Joodse context geplaatst als een boodschap voor de volksgenoten. Dergelijke contextualisering komt in de hele zendingswereld voor.
Een Geestelijke motivatie
Alle tot nu toe genoemde motivaties zijn gericht op mensen, maar deze is op God gericht. De Joodse traditie is een instrument om dichter tot God te naderen.
Een Theologische motivatie
Men kiest bewust voor een Joodse levensstijl om de blijvende roeping van het Joodse volk te onderstrepen. Zijn rol is met de komst van Jezus niet uitgespeeld: ze zijn nog steeds geroepen om ‘een licht voor de volken’ te zijn; nu men Hem heeft leren kennen die ‘het Licht der wereld’ is, krijgt dit alleen maar een diepere dimensie.
Een Restauratieve motivatie
Door middel van een Joodse levenswijze wil men de hele Christelijke gemeente er bij bepalen dat zij gedragen wordt door de wortel (Rom. 11). Men ziet voor zichzelf een tweeledige opdracht: Joden helpen te begrijpen dat Jezus hun Messias is en christenen helpen te begrijpen wat hun wortels zijn.
maandag 30 mei 2011
Huidige stand van zaken
Het aantal Joodse gelovigen in de wereld is zeer moeilijk te tellen, omdat waarschijnlijk de meerderheid deel uitmaakt van traditionele kerkgenootschappen en die registreren uiteraard niet de eventuele Joodse afstamming van leden. Wie tel je mee? De schattingen lopen wereldwijd uiteen van 100.000 – 300.000!
Er zijn joodse gelovigen die volledig geassimileerd zijn in de christelijke kerken; er zijn er die zich zeer wel bewust zijn van hun Joodse identiteit maar desalniettemin loyaal blijven aan de kerk; er zijn er die hun Joodse identiteit sterk benadrukken en een eigen plaats wensen binnen de kerk; en er zijn Messiaanse gelovigen die zich in de eerste plaats als Joods beschouwen en het christendom als een andere godsdienst beschouwen.
Onafhankelijke messiaanse gemeenten zijn wereldwijd een kleine minderheid (10-15%), maar in Israël is dat precies andersom.
Identiteit
Wat is de Messiaans-joodse identiteit? Voor de Joodse gelovigen zelf is die geen probleem, maar voor de meeste Joden en voor veel christenen wel. Zowel Joden als christenen hebben de neiging het individu voor de keus te stellen: je hoort bij het een of bij het ander. En dat is nu precies wat de meeste Messiasbelijdende Joden niet willen.
De Joodse identiteit bestaat uit de natuurlijke afkomst plus het sociale en geestelijke erfgoed van het Joodse volk zoals dat in de geschiedenis gestalte heeft gekregen. Voor Israëlische rabbijnen en tot voor kort Israëlische rechters (dit in verband met de wet op de Terugkeer) zijn wie in Jezus geloven geen Joden meer, omdat zij met hun afkomst gebroken zouden hebben. Het is voor Messiasbelijdende Joden een groot verdriet dat zij buitengesloten worden, ondanks hun onmiskenbare Joodse leefwijze en hun geloof, terwijl atheïsten of geseculariseerde Joden nog wel tot het volk gerekend worden.
Voor Messiasbelijdende Joden doet hun geloof in Jezus niets af aan hun afkomst en erfgoed. Hun argumentatie is simpel: de apostelen en de Joodse gelovigen in de eerste gemeenten hebben hun band met hun volk niet opgegeven, waarom zouden wij dat dan wel moeten doen? Het Nieuwe Testament is niet alleen maatgevend voor hun behoud en hun geloofsleven, maar ook voor hun Joodse leefwijze. Vooral het boek Handelingen speelt een grote rol. Daar lezen we in 21:20 over talloze (het Griekse ‘myriade’ betekent ‘tienduizendtal’ of ‘ontelbaar’ en níet: ‘duizend’) Joden die het geloof hebben aanvaard en vol overtuiging leven volgens de Tora.
Er zijn joodse gelovigen die volledig geassimileerd zijn in de christelijke kerken; er zijn er die zich zeer wel bewust zijn van hun Joodse identiteit maar desalniettemin loyaal blijven aan de kerk; er zijn er die hun Joodse identiteit sterk benadrukken en een eigen plaats wensen binnen de kerk; en er zijn Messiaanse gelovigen die zich in de eerste plaats als Joods beschouwen en het christendom als een andere godsdienst beschouwen.
Onafhankelijke messiaanse gemeenten zijn wereldwijd een kleine minderheid (10-15%), maar in Israël is dat precies andersom.
Identiteit
Wat is de Messiaans-joodse identiteit? Voor de Joodse gelovigen zelf is die geen probleem, maar voor de meeste Joden en voor veel christenen wel. Zowel Joden als christenen hebben de neiging het individu voor de keus te stellen: je hoort bij het een of bij het ander. En dat is nu precies wat de meeste Messiasbelijdende Joden niet willen.
De Joodse identiteit bestaat uit de natuurlijke afkomst plus het sociale en geestelijke erfgoed van het Joodse volk zoals dat in de geschiedenis gestalte heeft gekregen. Voor Israëlische rabbijnen en tot voor kort Israëlische rechters (dit in verband met de wet op de Terugkeer) zijn wie in Jezus geloven geen Joden meer, omdat zij met hun afkomst gebroken zouden hebben. Het is voor Messiasbelijdende Joden een groot verdriet dat zij buitengesloten worden, ondanks hun onmiskenbare Joodse leefwijze en hun geloof, terwijl atheïsten of geseculariseerde Joden nog wel tot het volk gerekend worden.
Voor Messiasbelijdende Joden doet hun geloof in Jezus niets af aan hun afkomst en erfgoed. Hun argumentatie is simpel: de apostelen en de Joodse gelovigen in de eerste gemeenten hebben hun band met hun volk niet opgegeven, waarom zouden wij dat dan wel moeten doen? Het Nieuwe Testament is niet alleen maatgevend voor hun behoud en hun geloofsleven, maar ook voor hun Joodse leefwijze. Vooral het boek Handelingen speelt een grote rol. Daar lezen we in 21:20 over talloze (het Griekse ‘myriade’ betekent ‘tienduizendtal’ of ‘ontelbaar’ en níet: ‘duizend’) Joden die het geloof hebben aanvaard en vol overtuiging leven volgens de Tora.
Jaren zestig
In de jaren zestig kreeg de messiaanse beweging een onverwachte wending. In die roerige jaren van protestbewegingen en drugs ontstond in de hippie-beweging op de stranden van Californië en aan de Amerikaanse universiteiten een Jesus-movement van jongeren die het in de traditionele kerken niet konden vinden. Deze beweging waaierde uit over de hele wereld. Zij had ook een opvallende aantrekkingskracht op Joodse jongeren die het in het traditionele Jodendom niet konden vinden. Met deze toestroom van nieuwe gelovigen kreeg de messiasbelijdende beweging in Amerika, het land met de grootste Joodse gemeenschap, een nieuwe dynamiek. Grote nadruk werd gelegd op het Joodse karakter van het geloof in Jezus en herwaardering van de Joodse wortels.
In 1974 werd de beweging ‘Jews for Jesus’ opgericht. Deze sterk evangeliserende beweging breidde sterk uit en kreeg veel aandacht en kritiek van Joodse en van officiële kerkelijke zijde. Nieuwe gemeenten werden gesticht, boeken kwamen uit en nieuwe liederen werden geschreven.
Intussen in Israël
In andere landen gebeurt hetzelfde, zij het op kleinere schaal; Joodse jongeren komen in aanraking met de Jezusbeweging, evangelisatie krijgt een nieuwe impuls, en er worden messiasbelijdende gemeenten gesticht.
Een geval apart is Israël. Voor ze Palestina verlieten, riepen de Britten de messiasbelijdende Joden op het land te verlaten, om twee redenen: de Arabieren zouden hen bestrijden omdat ze Joden waren en de Joodse staat zou hen niet als Joden erkennen vanwege hun geloof. Slechts enkele tientallen bleven na 1948 in het land over. Zij opereerden veelal in het geheim. Onder Israëli’s was een grote weerzin tegen het christendom.
Vanaf het magische jaar 1967 kwam er een opleving, door verschillende factoren:
- er wisten meer messiasbelijdende Joden het land binnen te komen
- na de Zesdaagse Oorlog waren Israëli’s meer in staat om naar het buitenland te reizen en met andere culturen in aanraking te komen
- er kwam meer vrijmoedigheid om naar buiten treden omdat mesjichim aandacht in de media kregen
- gemeenten die tot buitenlandse kerkgenootschappen behoorden verzelfstandigden zich tot Hebreeuws sprekende, autochtone gemeenten
De beweging groeide in Israël van hooguit 100 in 1948 tot zeker 4000 rond de eeuwwisseling. Daarnaast zijn er enkele honderden ‘Hebreeuwse katholieken’ die hun Joodse identiteit niet verloochenen en strijden voor een erkende plek binnen de Kerk.
In 1974 werd de beweging ‘Jews for Jesus’ opgericht. Deze sterk evangeliserende beweging breidde sterk uit en kreeg veel aandacht en kritiek van Joodse en van officiële kerkelijke zijde. Nieuwe gemeenten werden gesticht, boeken kwamen uit en nieuwe liederen werden geschreven.
Intussen in Israël
In andere landen gebeurt hetzelfde, zij het op kleinere schaal; Joodse jongeren komen in aanraking met de Jezusbeweging, evangelisatie krijgt een nieuwe impuls, en er worden messiasbelijdende gemeenten gesticht.
Een geval apart is Israël. Voor ze Palestina verlieten, riepen de Britten de messiasbelijdende Joden op het land te verlaten, om twee redenen: de Arabieren zouden hen bestrijden omdat ze Joden waren en de Joodse staat zou hen niet als Joden erkennen vanwege hun geloof. Slechts enkele tientallen bleven na 1948 in het land over. Zij opereerden veelal in het geheim. Onder Israëli’s was een grote weerzin tegen het christendom.
Vanaf het magische jaar 1967 kwam er een opleving, door verschillende factoren:
- er wisten meer messiasbelijdende Joden het land binnen te komen
- na de Zesdaagse Oorlog waren Israëli’s meer in staat om naar het buitenland te reizen en met andere culturen in aanraking te komen
- er kwam meer vrijmoedigheid om naar buiten treden omdat mesjichim aandacht in de media kregen
- gemeenten die tot buitenlandse kerkgenootschappen behoorden verzelfstandigden zich tot Hebreeuws sprekende, autochtone gemeenten
De beweging groeide in Israël van hooguit 100 in 1948 tot zeker 4000 rond de eeuwwisseling. Daarnaast zijn er enkele honderden ‘Hebreeuwse katholieken’ die hun Joodse identiteit niet verloochenen en strijden voor een erkende plek binnen de Kerk.
vrijdag 27 mei 2011
Tijdens en na de Sjoa
De pioniers hebben de weg gebaand. Maar voor hun werk werkelijk vruchten ging afwerpen, kwam de Sjoa. Vóór de Tweede Wereldoorlog waren in Europa (met name in Oost-Europa) tienduizenden Joden tot geloof in de Messias gekomen. Daar is na de oorlog maar heel weinig van over. De nazi’s en hun handlangers hebben ook onder hen vreselijk huisgehouden. Daarover is niet veel gedocumenteerd. Met de dood voor ogen hebben zij vaak vrijmoedig hun geloof beleden. Volgens een overlevende uit Theresienstadt was 10% van de Joden daar christen.
Joodse christenen hebben zich tijdens de oorlog volop ingezet om volksgenoten te redden van de nazi’s. Dit leidde tot grote openheid en diverse bekeringen; ook kwamen er Joden tot geloof in de Messias door het getuigenis van niet-joodse christenen die hen hulp boden. Daar wordt vaak laatdunkend over gesproken, alsof men van de zwakke positie van Joden misbruik gemaakt zou hebben. Achteraf valt daar moeilijk een oordeel over te vellen; er zullen ook bekeringen uit oprechte overtuiging geweest zijn.
De overlevenden zijn voor het merendeel naar Israël en Amerika geëmigreerd, omdat ze vanwege het voortlevende antisemitisme in Europa en ook in de Joodse gemeenschap niet geaccepteerd werden.
Na de Sjoa stagneerde de ontwikkeling van het Joodse christendom.
In Oost-Europa grepen de communisten de macht en onderdrukten alles wat met het evangelie (en andere religie) te maken had. De meeste Joden kozen uit lijfsbehoud voor assimilatie.
In Europa, maar ook in Amerika en in Israël gingen de allianties van Hebreeuwse Christenen als een kaarsje uit; ze vergrijsden. Messiasbelijdende Joden assimileerden in bestaande kerken. En de grote kerkgenootschappen verloren na de Sjoa uit zelfkritiek iedere interesse in zending onder de Joden. De meeste christenen vonden dat ze hun recht van spreken verloren hadden.
Joodse christenen hebben zich tijdens de oorlog volop ingezet om volksgenoten te redden van de nazi’s. Dit leidde tot grote openheid en diverse bekeringen; ook kwamen er Joden tot geloof in de Messias door het getuigenis van niet-joodse christenen die hen hulp boden. Daar wordt vaak laatdunkend over gesproken, alsof men van de zwakke positie van Joden misbruik gemaakt zou hebben. Achteraf valt daar moeilijk een oordeel over te vellen; er zullen ook bekeringen uit oprechte overtuiging geweest zijn.
De overlevenden zijn voor het merendeel naar Israël en Amerika geëmigreerd, omdat ze vanwege het voortlevende antisemitisme in Europa en ook in de Joodse gemeenschap niet geaccepteerd werden.
Na de Sjoa stagneerde de ontwikkeling van het Joodse christendom.
In Oost-Europa grepen de communisten de macht en onderdrukten alles wat met het evangelie (en andere religie) te maken had. De meeste Joden kozen uit lijfsbehoud voor assimilatie.
In Europa, maar ook in Amerika en in Israël gingen de allianties van Hebreeuwse Christenen als een kaarsje uit; ze vergrijsden. Messiasbelijdende Joden assimileerden in bestaande kerken. En de grote kerkgenootschappen verloren na de Sjoa uit zelfkritiek iedere interesse in zending onder de Joden. De meeste christenen vonden dat ze hun recht van spreken verloren hadden.
woensdag 25 mei 2011
Pioniers
In de 19e en 20e Eeuw zijn er regelmatig Joden die zijn gaan geloven, dat Jezus de Messias is; maar in de meeste gevallen is er geen sprake van, dat ze zich tot het christendom willen bekeren. Ze willen Messiasbelijdende Joodse gemeenten stichten, in Engeland, in Amerika, in Moldavië; soms met veel succes. In het Mandaatgebied Palestina zijn er die de oorspronkelijke gemeente willen herstellen; in 1849 wordt in de Oude Stad Christ Church gesticht: een initiatief vanuit de evangelicale vleugel van de Anglicaanse Kerk ten behoeve van het Joodse volk dat terugkeert naar het land van de vaderen.
In veel gevallen is de tijd er nog niet rijp voor en worden ze tegengewerkt door kerken, die willen dat ze opgaan in bestaande denominaties.
Naast (1) de zending, (2) de ‘hebreeuwse christenen’ en (3) ‘Joods-christelijke gemeenten’ zijn er ook nog (4) enkele ‘pioniers’ die met hun geloof in de Messias geheel op het Joodse erf wilden blijven; wat zij wilden was Jezus als het ware terugbrengen bij zijn eigen volk.
Ignatz (Isaäc) Lichtenstein (1824-1909) was een orthodoxe rabbi in Hongarije, die op grond van de levenswandel van naamchristenen om hem heen meende, dat Jezus een aartsvijand van het Jodendom was, maar toen hij in contact kwam met Schotse evangelisten zijn mening moest herzien. Hij meende in het Nieuwe Testament ‘het ware Jodendom’ te hebben gevonden en ging in de synagoge verkondigen dat hij de Messias had gevonden. Zowel christenen als Joden vonden, dat hij zich moest laten dopen en zich openlijk tot het christendom bekennen, maar dat weigerde hij, want hij wilde niet toetreden tot de Kerk, maar bij de synagoge blijven. Dit heeft hij twaalf jaar volgehouden en hij is nog jaren als rabbijn blijven functioneren. Uiteindelijk heeft hij kort voor zijn dood op 84-jarige leeftijd in een mikwe (ritueel bad) zichzelf gedoopt.
Daniel Zion (1900-1979) werd geboren in Tessalonica. Hij gaf gehoor aan een oproep van de Bulgaars-Joodse gemeenschap die dringend behoefte had aan rabbijnen en bracht het daar tot opperrabbijn. Toen tot drie keer toe Jezus hem in een visioen verscheen wisten hij noch andere rabbijnen daar raad mee. Een grieks-orthodoxe geestelijke adviseerde hem de Kerk te vergeten, maar zich wel op Jezus te focussen. Dat heeft hij gedaan, maar hij stond als rabbijn zo hoog in aanzien, dat niemand in de Joodse gemeenschap hem openlijk bekritiseerde.
De koning van Bulgarije was een bondgenoot van Hitler. In 1943 kwamen deportaties op gang. Zion schreef een brief aan de koning, dat Jezus hem waarschuwde de rest van de Joden niet aan de nazi’s uit te leveren; daardoor bleven ze gespaard. Na de oorlog werd Zion weer gewoon opperrabbijn over het overblijfsel van de Joodse gemeenschap; in 1949 maakte dit overblijfsel in z’n geheel aliya, hieronder ook de familie Shulam.
In Israël moest Zion zich in 1954 voor de rabbijnse rechtbank voor zijn geloof verantwoorden en werd hem zijn rabbijnstitel ontnomen. De Bulgaarse Joden bleven hem echter trouw.
Als opperrabbijn van Bulgarije die velen uit handen van de nazi’s had gered, was hij de eerste Messiaanse Jood die een staatsbegrafenis kreeg.
Mosje Immanuel Ben-Meir (1905-1978) groeide op in de charedische (ultraorthodoxe) gemeenschap in de Oude Stad van Jeruzalem. Op jonge leeftijd vond hij op straat een traktaatje en leerde Jezus kennen als de Messias. Van 1921-1925 was hij betrokken bij een mislukte poging om in Jeruzalem een onafhankelijke messiasbelijdende Joodse gemeente op te richten, met de bedoeling de oorspronkelijke gemeente uit het Nieuwe Testament te herstellen.
Hij vertegenwoordigt eigenlijk alle vier de genoemde groepen: zending, ‘Hebreeuwse christenen’, ‘Joods-christelijke gemeenten’ en ‘pioniers’. Onvermoeibaar was hij in de weer om in Palestina onafhankelijke gemeenschappen te stichten, maar de ene na de andere poging mislukte. Vlak voor zij zich uit het land terugtrokken, boden de Britten alle messiasbelijdende Joden de kans het land te verlaten en zich elders te vestigen, maar hij was een van degenen die weigerde mee te gaan. Steeds meer greep hij terug op zijn oorspronkelijke geloof en traditie, kleedde zich, leefde en handelde als een charedi en vond uiteindelijk onderdak in de in 1970 door Joseph Shulam opgerichte gemeenschap Netivyah, waar hij gehoor vond voor zijn poging het geloof in de Messias gestalte te geven in een volledig Joodse context.
In veel gevallen is de tijd er nog niet rijp voor en worden ze tegengewerkt door kerken, die willen dat ze opgaan in bestaande denominaties.
Naast (1) de zending, (2) de ‘hebreeuwse christenen’ en (3) ‘Joods-christelijke gemeenten’ zijn er ook nog (4) enkele ‘pioniers’ die met hun geloof in de Messias geheel op het Joodse erf wilden blijven; wat zij wilden was Jezus als het ware terugbrengen bij zijn eigen volk.
Ignatz (Isaäc) Lichtenstein (1824-1909) was een orthodoxe rabbi in Hongarije, die op grond van de levenswandel van naamchristenen om hem heen meende, dat Jezus een aartsvijand van het Jodendom was, maar toen hij in contact kwam met Schotse evangelisten zijn mening moest herzien. Hij meende in het Nieuwe Testament ‘het ware Jodendom’ te hebben gevonden en ging in de synagoge verkondigen dat hij de Messias had gevonden. Zowel christenen als Joden vonden, dat hij zich moest laten dopen en zich openlijk tot het christendom bekennen, maar dat weigerde hij, want hij wilde niet toetreden tot de Kerk, maar bij de synagoge blijven. Dit heeft hij twaalf jaar volgehouden en hij is nog jaren als rabbijn blijven functioneren. Uiteindelijk heeft hij kort voor zijn dood op 84-jarige leeftijd in een mikwe (ritueel bad) zichzelf gedoopt.
Daniel Zion (1900-1979) werd geboren in Tessalonica. Hij gaf gehoor aan een oproep van de Bulgaars-Joodse gemeenschap die dringend behoefte had aan rabbijnen en bracht het daar tot opperrabbijn. Toen tot drie keer toe Jezus hem in een visioen verscheen wisten hij noch andere rabbijnen daar raad mee. Een grieks-orthodoxe geestelijke adviseerde hem de Kerk te vergeten, maar zich wel op Jezus te focussen. Dat heeft hij gedaan, maar hij stond als rabbijn zo hoog in aanzien, dat niemand in de Joodse gemeenschap hem openlijk bekritiseerde.
De koning van Bulgarije was een bondgenoot van Hitler. In 1943 kwamen deportaties op gang. Zion schreef een brief aan de koning, dat Jezus hem waarschuwde de rest van de Joden niet aan de nazi’s uit te leveren; daardoor bleven ze gespaard. Na de oorlog werd Zion weer gewoon opperrabbijn over het overblijfsel van de Joodse gemeenschap; in 1949 maakte dit overblijfsel in z’n geheel aliya, hieronder ook de familie Shulam.
In Israël moest Zion zich in 1954 voor de rabbijnse rechtbank voor zijn geloof verantwoorden en werd hem zijn rabbijnstitel ontnomen. De Bulgaarse Joden bleven hem echter trouw.
Als opperrabbijn van Bulgarije die velen uit handen van de nazi’s had gered, was hij de eerste Messiaanse Jood die een staatsbegrafenis kreeg.
Mosje Immanuel Ben-Meir (1905-1978) groeide op in de charedische (ultraorthodoxe) gemeenschap in de Oude Stad van Jeruzalem. Op jonge leeftijd vond hij op straat een traktaatje en leerde Jezus kennen als de Messias. Van 1921-1925 was hij betrokken bij een mislukte poging om in Jeruzalem een onafhankelijke messiasbelijdende Joodse gemeente op te richten, met de bedoeling de oorspronkelijke gemeente uit het Nieuwe Testament te herstellen.
Hij vertegenwoordigt eigenlijk alle vier de genoemde groepen: zending, ‘Hebreeuwse christenen’, ‘Joods-christelijke gemeenten’ en ‘pioniers’. Onvermoeibaar was hij in de weer om in Palestina onafhankelijke gemeenschappen te stichten, maar de ene na de andere poging mislukte. Vlak voor zij zich uit het land terugtrokken, boden de Britten alle messiasbelijdende Joden de kans het land te verlaten en zich elders te vestigen, maar hij was een van degenen die weigerde mee te gaan. Steeds meer greep hij terug op zijn oorspronkelijke geloof en traditie, kleedde zich, leefde en handelde als een charedi en vond uiteindelijk onderdak in de in 1970 door Joseph Shulam opgerichte gemeenschap Netivyah, waar hij gehoor vond voor zijn poging het geloof in de Messias gestalte te geven in een volledig Joodse context.
"Hebreeuwse christenen" - eigen plek in de Kerk
Toen ik er tien dagen studieverlof op had zitten, onderbrak ik het een aantal dagen voor een begrafenis. Gisteren pakte ik in de loop van de dag de draad weer op.
We waren gebleven bij de "Hebreeuwse christenen", vanaf het midden van de 19e Eeuw. Hun streven was een eigen plaats binnen de Kerk met behoud van de Joodse identiteit. Deze staken zij niet onder stoelen of banken; ze legden veel nadruk op de profetie en Gods blijvende plan met zijn volk; voorts hielden zij zich bezig met typisch Joodse aangelegenheden, zoals strijd tegen antisemitisme en steun aan het zionisme. Verder zetten zij zich in de voor de verkondiging van het Evangelie onder Israël. Tenslotte hielden zij ook eigen bijeenkomsten waarin ze de Seideravond en andere Bijbelse feesten vierden, niet om zich van de Kerk af te zonderen maar om “bij te tanken”.
Vandaag de dag is dat allemaal niet erg indrukwekkend, maar van de helft van de 19e tot de helft van de 20e Eeuw was dat al heel wat, want in de Kerk was er sinds de eerste eeuwen nooit een eigen plek voor Joodse gelovigen geweest.
Andere messiasbelijdende Joden wilden toch een stap verder gaan, omdat de druk tot assimilatie groot bleek. Zij pleitten voor de vorming van afzonderlijke Joods-christelijke gemeenten. De eerste poging daartoe werd reeds in het midden van de 19e Eeuw ondernomen.
We waren gebleven bij de "Hebreeuwse christenen", vanaf het midden van de 19e Eeuw. Hun streven was een eigen plaats binnen de Kerk met behoud van de Joodse identiteit. Deze staken zij niet onder stoelen of banken; ze legden veel nadruk op de profetie en Gods blijvende plan met zijn volk; voorts hielden zij zich bezig met typisch Joodse aangelegenheden, zoals strijd tegen antisemitisme en steun aan het zionisme. Verder zetten zij zich in de voor de verkondiging van het Evangelie onder Israël. Tenslotte hielden zij ook eigen bijeenkomsten waarin ze de Seideravond en andere Bijbelse feesten vierden, niet om zich van de Kerk af te zonderen maar om “bij te tanken”.
Vandaag de dag is dat allemaal niet erg indrukwekkend, maar van de helft van de 19e tot de helft van de 20e Eeuw was dat al heel wat, want in de Kerk was er sinds de eerste eeuwen nooit een eigen plek voor Joodse gelovigen geweest.
Andere messiasbelijdende Joden wilden toch een stap verder gaan, omdat de druk tot assimilatie groot bleek. Zij pleitten voor de vorming van afzonderlijke Joods-christelijke gemeenten. De eerste poging daartoe werd reeds in het midden van de 19e Eeuw ondernomen.
maandag 16 mei 2011
Bestemming
Het boek ‘Messianic Judaism - A Modern Movement with an Ancient Past' is een geheel herziene bewerking van Messianic Jewish Manifesto, waar David H. Stern 30 jaar geleden reeds aan werkte. De intussen 75-jarige auteur mag zeker gezien worden als een van de leidende figuren in de Messiaans-joodse beweging.
Uit het eerste hoofdstuk van dit boek:
Het Messiaans jodendom is zich zeer bewust van en voelt zich erg verantwoordelijk voor de taak, het doel waarvoor het Joodse volk voor bestaat (volgens Jesaja 49:6): om een licht te zijn voor de heidenen.
Stern poneert de stelling, dat zonder het messiaanse jodendom nog het Joodse volk noch de Kerk tot hun bestemming kan komen. Dit idee is niet nieuw; het is 20 eeuwen oud, maar heeft lang een slapend bestaan geleid. De laatste decennia echter heeft een unieke combinatie van maatschappelijke, historische, politieke en geestelijke factoren nieuw leven gebracht in de Messiaans-joodse beweging.
De schattingen van het aantal Messiasbelijdende Joden loopt nogal uiteen, maar de grootste gemene deler is: enkele tienduizenden in de V.S. en enkele duizenden in Israël. Aan hen is volgens de auteur de niet geringe taak om verzoening en genezing te brengen in het ernstigste schisma uit de wereldgeschiedenis: dat tussen christenen en joden.
Doelen van zijn boek:
- versterken van de persoonlijke toewijding aan God en zijn Messias
- verhelderen van de Messiaans-joodse identiteit
- suggesties doen voor het opbouwen van de Messiaans-joodse gemeenschap
- presenteren van het Evangelie aan Joden op een Joodse manier
- het bewustzijn vergroten dat het Nieuwtestamentische geloof Joods is
- vergemakkelijken van de tolerantie t.a.v. en de bemoediging van de Messiaans-
joodse gemeenschap door niet-joodse christenen, niet-Messiaanse Joden en de rest
van de wereld
Dat zijn voorwaar immense uitdagingen. Maat dit alles is volgens de auteur mogelijk, omdat het Messiaanse jodendom het Bijbels gezien bij het rechte eind heeft en omdat bij God alle dingen mogelijk zijn.
Uit het eerste hoofdstuk van dit boek:
Het Messiaans jodendom is zich zeer bewust van en voelt zich erg verantwoordelijk voor de taak, het doel waarvoor het Joodse volk voor bestaat (volgens Jesaja 49:6): om een licht te zijn voor de heidenen.
Stern poneert de stelling, dat zonder het messiaanse jodendom nog het Joodse volk noch de Kerk tot hun bestemming kan komen. Dit idee is niet nieuw; het is 20 eeuwen oud, maar heeft lang een slapend bestaan geleid. De laatste decennia echter heeft een unieke combinatie van maatschappelijke, historische, politieke en geestelijke factoren nieuw leven gebracht in de Messiaans-joodse beweging.
De schattingen van het aantal Messiasbelijdende Joden loopt nogal uiteen, maar de grootste gemene deler is: enkele tienduizenden in de V.S. en enkele duizenden in Israël. Aan hen is volgens de auteur de niet geringe taak om verzoening en genezing te brengen in het ernstigste schisma uit de wereldgeschiedenis: dat tussen christenen en joden.
Doelen van zijn boek:
- versterken van de persoonlijke toewijding aan God en zijn Messias
- verhelderen van de Messiaans-joodse identiteit
- suggesties doen voor het opbouwen van de Messiaans-joodse gemeenschap
- presenteren van het Evangelie aan Joden op een Joodse manier
- het bewustzijn vergroten dat het Nieuwtestamentische geloof Joods is
- vergemakkelijken van de tolerantie t.a.v. en de bemoediging van de Messiaans-
joodse gemeenschap door niet-joodse christenen, niet-Messiaanse Joden en de rest
van de wereld
Dat zijn voorwaar immense uitdagingen. Maat dit alles is volgens de auteur mogelijk, omdat het Messiaanse jodendom het Bijbels gezien bij het rechte eind heeft en omdat bij God alle dingen mogelijk zijn.
Messiaanse beweging
De beweging zoals we die nu kennen doet vooral vanaf 1967 van zich spreken. 1967 is het jaar waarin de Oude stad van Jeruzalem voor het eerst in 20 eeuwen onder Joods bestuur kwam. Dat doet velen denken aan de profetie van Jezus (Lk. 21:24), dat ‘Jeruzalem vertrapt zal worden door heidenen, totdat de tijd van de heidenen vervuld is.’ Het is verleidelijk n.a.v. dit teken van de Eindtijd de Messiaanse Beweging als iets nieuws te zien. Maar veeleer is er sprake van een opleving in een proces dat al langer bezig was.
Altijd zijn er Joden geweest die geloofden dat Jezus de Messias was, maar in het algemeen was het christendom toch de grote vijand van het jodendom. Het christendom beheerste de maatschappij en Joden waren op z’n best tweederangs burgers.
In de tijd van de Franse Revolutie kregen Joden gelijke burgerrechten: zij mochten zich vrij verplaatsen en vestigen en kregen toegang tot alle sectoren van de samenleving. In de loop van de 19e Eeuw gaan steeds meer landen in Europa hiertoe over.
Hoe moest men in deze veranderende omstandigheden, zonder het isolement van het getto, inhoud geven aan de Joodse identiteit?
Sommigen hielden vast aan het orthodoxe rabbijnse Jodendom; anderen gingen helemaal op in de omringende cultuur en waren hiervan nauwelijks meer te onderscheiden (assimilatie). De meesten kozen voor een tussenweg en er ontstonden allerlei nieuwe stromingen, die de religie veelal tot een privézaak maakten.
Een andere respons was meer politiek van aard: het zionisme, dat het streven naar een nationaal volksbestaan in het land van de vaderen zag als het enige antwoord op de immer aanwezige dreiging van Jodenhaat.
Vóór de emancipatie probeerde de Kerk Joden tot bekering te dwingen. ‘Bekeerde Joden’ werden vervolgens door zowel Joden als christenen gewantrouwd. Wonderlijk genoeg, nam ná de emancipatie de vrije interesse voor het christelijk geloof juist toe! In de tijd van de emancipatie ontstond een nieuwe vorm van zending onder Joden, dit keer vanuit het protestantisme, en niet uit dwang maar uit liefde. Piëtisten en Puriteinen geloofden in de profetie en in een blijvende plaats van het Joodse volk in Gods heilsplan. Deze nieuwe zending had haar basis in Engeland (‘Hebrew christians’), maar verspreidde zich over geheel Europa. Ze behelsde een herwaardering van het Jood-zijn in plaats van dit af te keuren. Dit droeg bij aan hun succes. Naar schatting gingen in Europa in de 19e Eeuw meer dan 200.000 Joden in Jezus geloven. Later zijn die moeilijk terug te vinden; velen zijn door de kerken meestal toch geassimileerd (en 'het ontbrekende kan niet geteld worden', Prediker 1:15); verder werden veel ‘niet-arische christenen’ door de nazi’s uitgeroeid.
Altijd zijn er Joden geweest die geloofden dat Jezus de Messias was, maar in het algemeen was het christendom toch de grote vijand van het jodendom. Het christendom beheerste de maatschappij en Joden waren op z’n best tweederangs burgers.
In de tijd van de Franse Revolutie kregen Joden gelijke burgerrechten: zij mochten zich vrij verplaatsen en vestigen en kregen toegang tot alle sectoren van de samenleving. In de loop van de 19e Eeuw gaan steeds meer landen in Europa hiertoe over.
Hoe moest men in deze veranderende omstandigheden, zonder het isolement van het getto, inhoud geven aan de Joodse identiteit?
Sommigen hielden vast aan het orthodoxe rabbijnse Jodendom; anderen gingen helemaal op in de omringende cultuur en waren hiervan nauwelijks meer te onderscheiden (assimilatie). De meesten kozen voor een tussenweg en er ontstonden allerlei nieuwe stromingen, die de religie veelal tot een privézaak maakten.
Een andere respons was meer politiek van aard: het zionisme, dat het streven naar een nationaal volksbestaan in het land van de vaderen zag als het enige antwoord op de immer aanwezige dreiging van Jodenhaat.
Vóór de emancipatie probeerde de Kerk Joden tot bekering te dwingen. ‘Bekeerde Joden’ werden vervolgens door zowel Joden als christenen gewantrouwd. Wonderlijk genoeg, nam ná de emancipatie de vrije interesse voor het christelijk geloof juist toe! In de tijd van de emancipatie ontstond een nieuwe vorm van zending onder Joden, dit keer vanuit het protestantisme, en niet uit dwang maar uit liefde. Piëtisten en Puriteinen geloofden in de profetie en in een blijvende plaats van het Joodse volk in Gods heilsplan. Deze nieuwe zending had haar basis in Engeland (‘Hebrew christians’), maar verspreidde zich over geheel Europa. Ze behelsde een herwaardering van het Jood-zijn in plaats van dit af te keuren. Dit droeg bij aan hun succes. Naar schatting gingen in Europa in de 19e Eeuw meer dan 200.000 Joden in Jezus geloven. Later zijn die moeilijk terug te vinden; velen zijn door de kerken meestal toch geassimileerd (en 'het ontbrekende kan niet geteld worden', Prediker 1:15); verder werden veel ‘niet-arische christenen’ door de nazi’s uitgeroeid.
vrijdag 13 mei 2011
Hermeneutiek volgens Joseph Shulam
De Bijbel is een verzameling eeuwenoude geschriften, tot stand gekomen gedurende een periode van meer dan duizend jaar, door schrijvers die in totaal verschillende omstandigheden leefden; voor een hedendaags lezer niet zomaar te begrijpen.
Om de Bijbel te begrijpen is de wetenschap van de hermeneutiek ontwikkeld, zowel in het christendom als in het jodendom.
Het Nieuwe Testament werd vrijwel uitsluitend geschreven door Joden, die leefden en dachten in een Joodse context; het geeft ideeën en denkbeelden weer van Joden in de 1e Eeuw. Met het oog op het juiste verstaan van de Bijbel, is het van groot belang om oog te hebben voor de cultuur en context waarin hij geschreven werd, maar het is ook wijs om aandachtig te kijken naar de manier waarop Joden de eeuwen door de Bijbel uitlegden. Immers: ‘In de eerste plaats zijn het de Joden aan wie God zijn woord heeft toevertrouwd’ (Rom. 3:2).
Volgens de Anchor Bible Dictionary is de hermeneutiek ‘de kunst van het begrijpen’. Ze moet ‘voorwaarden scheppen die het begrijpen mogelijk maken’.
Elke keer dat we woorden lezen die iemand anders schreef, moeten we ze ‘vertalen’ om hun betekenis te verstaan. Goed uitlegmethoden zijn nodig om de betekenis te begrijpen die zo dicht mogelijk bij de bedoeling van de auteur staat. Bij de Bijbel is dit nog complexer dan bij andere teksten omdat geprobeerd moet worden de bedoeling van God en die van de menselijke auteur te onderscheiden en de tekst toe te passen in het leven van de gelovige.
De manier waarop iemand de Bijbel leest wordt voor een belangrijk deel bepaald door zijn culturele achtergrond en door de tijd waarin hij leeft. Zo leest een Jood de Bijbel anders dan een gelovige uit de heidenen; in grote delen van de ‘katholieke’ wereld vertrouwt men nog altijd op de priester die vertelt wat de wil van God is. Een ander deel van de volgelingen van Yeshua is beïnvloed door de Reformatie; net als de Farizeeën van twintig eeuwen geleden, bestuderen zij zelf de Schriften om zo de wil van God te leren kennen; dat was in beide gevallen revolutionair.
Wat ook de oorsprong van een tekst is, elke tekst heeft veel mogelijke interpretaties. Voorts heeft vrijwel iedere tekst een eenvoudige, voor de hand liggende betekenis, maar ook een verborgen betekenis die je tussen de regels door moet lezen.
Om de Bijbel te begrijpen is de wetenschap van de hermeneutiek ontwikkeld, zowel in het christendom als in het jodendom.
Het Nieuwe Testament werd vrijwel uitsluitend geschreven door Joden, die leefden en dachten in een Joodse context; het geeft ideeën en denkbeelden weer van Joden in de 1e Eeuw. Met het oog op het juiste verstaan van de Bijbel, is het van groot belang om oog te hebben voor de cultuur en context waarin hij geschreven werd, maar het is ook wijs om aandachtig te kijken naar de manier waarop Joden de eeuwen door de Bijbel uitlegden. Immers: ‘In de eerste plaats zijn het de Joden aan wie God zijn woord heeft toevertrouwd’ (Rom. 3:2).
Volgens de Anchor Bible Dictionary is de hermeneutiek ‘de kunst van het begrijpen’. Ze moet ‘voorwaarden scheppen die het begrijpen mogelijk maken’.
Elke keer dat we woorden lezen die iemand anders schreef, moeten we ze ‘vertalen’ om hun betekenis te verstaan. Goed uitlegmethoden zijn nodig om de betekenis te begrijpen die zo dicht mogelijk bij de bedoeling van de auteur staat. Bij de Bijbel is dit nog complexer dan bij andere teksten omdat geprobeerd moet worden de bedoeling van God en die van de menselijke auteur te onderscheiden en de tekst toe te passen in het leven van de gelovige.
De manier waarop iemand de Bijbel leest wordt voor een belangrijk deel bepaald door zijn culturele achtergrond en door de tijd waarin hij leeft. Zo leest een Jood de Bijbel anders dan een gelovige uit de heidenen; in grote delen van de ‘katholieke’ wereld vertrouwt men nog altijd op de priester die vertelt wat de wil van God is. Een ander deel van de volgelingen van Yeshua is beïnvloed door de Reformatie; net als de Farizeeën van twintig eeuwen geleden, bestuderen zij zelf de Schriften om zo de wil van God te leren kennen; dat was in beide gevallen revolutionair.
Wat ook de oorsprong van een tekst is, elke tekst heeft veel mogelijke interpretaties. Voorts heeft vrijwel iedere tekst een eenvoudige, voor de hand liggende betekenis, maar ook een verborgen betekenis die je tussen de regels door moet lezen.
Abonneren op:
Posts (Atom)